VO-scholen in Nederland maken een vuist en gaan voor 20-80learning: ontsaaiend, personaliserend en ondernemend onderwijs, dat de leerling en de docent op een (nog) hoger niveau krijgt. Members van het C4 20-80learning vinden op de interne site uitgebreide en permanent in beweging zijnde informatie: modules, lesmateriaal, etc. voor IBC, IAC, ISportC, ISC, BRC en VMBO/MAVO Business.

Research

Yong Zhao Onderwijsgoeroe USA

Van der Ham heeft geregeld contact met de heer dr. Yung Zhao. In 2019 hoopt zij hem te ontmoeten in de UK en te spreken over onderwijsvernieuwingen in het algemeen en ZHAO-learning en 20-80learning in het bijzonder.

This book is the result of Zhao's attempts to answer these questions with data and evidence from a variety of sources. Essentially, I reached the following conclusions:

  1. The current education reform efforts that attempt to provide a common, homogenous, and standardized educational experience, e.g., the Common Core Standards Initiative in the U.S., are not only futile but also harmful to preparing our children for the future.
  2. Massive changes brought about by population growth, technology, and globalization not only demand but also create opportunities for “mass entrepreneurship” and thus require everyone to be globally minded, creative, and entrepreneurial. Entrepreneurship is no longer limited to starting or owning a business, but is expanded to social entrepreneurship, policy entrepreneurship, and intrapreneurship.
  3. Traditional schooling aims to prepare employees rather than creative entrepreneurs. As a result the more successful traditional schooling is (often measured by test scores in a few subjects), the more it stifles creativity and the entrepreneurial spirit.
  4. To cultivate creative and entrepreneurial talents is much more than adding an entrepreneurship course or program to the curriculum. It requires a paradigm shift—from employee-oriented education to entrepreneur-oriented education, from prescribing children’s education to supporting their learning, and from reducing human diversity to a few employable skills to enhancing individual talents.
  5. The elements of entrepreneur-oriented education have been proposed and practiced by various education leaders and institutions for a long time but they have largely remained on the fringe. What we need to do is to move them to the mainstream for all children.

2018 Stein Middendorp: student Toegepaste Psychologie op de Saxion Hogeschool Deventer doet een onderzoek naar de groei van de executieve vaardigheden van de leerlingen binnen het 20-80learningconcept.


2017 Guusje Slagter:  studente Communicatie op de Fonys Hogeschool te Tilburg deed een pilot onder 20-80learningleerlingen betreffende Personal Branding als toegevoegde waarde in het 20-80learning-programma.


2013 Reis naar Stockholm: klein onderzoek gedaan naar het Onderwijssysteem in Zweden. Er werden twee scholen bezocht: het Tensta Gymnasium en het Nacka Gymnasium. 
Gekeken is of het 20-80learning ook toegepast kan worden in Zweden.


2014 Reis naar India: Van der Ham maakte in oktober 2014 een reis naar Chennai en Coimbatore: kindertehuizen. 


2015 Reis naar Roemenië: samen met 24 ondernemers is Van der Ham naar Cluj geweest. Met de heer prof. Dr. Roberto Flören bezocht zij de universiteit in Cluj. Ook hier is het percentage uitvallende studenten hoog. Van der Ham onderzoekt of 20-80learning uitgerold kan worden in Europa of daarbuiten: uiteindelijk is het concept Runner Up van Europa geworden. 'En daar moet je dan ook wel wat mee doen', aldus Van der Ham. 


Onderzoek schoolverlaters: Onderzoek, Laura van Houwelingen 2015 - 2016

Volgens de Rijksoverheid (2015) verlieten er in 2002 71.000 jongeren tussen de 12 en 23 jaar hun opleiding zonder startkwalificatie. Dit betekent zonder diploma van het havo, vwo, mbo twee of hoger. Het aantal is gedaald tot 25.950.
De Rijksoverheid vindt dit aantal nog te hoog en wil het aantal in 2016 terugdringen tot maximaal 25.000.
Voortijdig schooluitval kan door drie concepten beïnvloed worden.

Allereerst het cultureel kapitaal, een concept dat door Pierre Bourdieu (1989) bedacht is. Cultureel kapitaal houdt in dat individuen een culturele houding hebben met voorkeuren, smaken en stijlen. Deze zijn gevormd door hun opvoeding. Culturele houdingen kunnen personen toegang geven tot statusgroepen, organisaties of instituten. Tot cultureel kapitaal behoren aangeleerde eigenschappen, boeken en schilderen, certificaten en diploma’s. Volgens Bourdieu heeft een persoon met dominant cultureel kapitaal meer kans op een succesvolle schoolloopbaan. Dit is het culturele kapitaal van de hogere klassen. Scholen hebben voorkeur voor kinderen met dominant cultureel kapitaal. Dit zorgt er echter voor dat jongeren met non-dominant cultureel kapitaal minder kunnen presteren.

Het volgende concept is sociaal kapitaal (Calhoun et al., 2002), ook afkomstig van Bourdieu.  Sociaal kapitaal houdt de netwerken en de contacten van een persoon in, dus bijvoorbeeld familieleden, leeftijdsgenoten, leraren of klasgenoten. Sociaal kapitaal speelt een belangrijke rol tijdens een opleiding en bij de overgang naar de arbeidsmarkt. Contacten kunnen helpen, adviseren en economisch ondersteunen. Een gebrek aan steun van de omgeving kan ervoor zorgen dat jongeren met problemen eerder hun school verlaten. Betrokkenheid van ouders kan lastig zijn wanneer de ouders zelf van een lage opleiding hebben genoten of niet weten wat de opleiding van hun kind inhoudt.

Het laatste concept heeft betrekking tot de push- en pullfactoren (Ravenstein, 1885). Gambetta (1996) geeft in zijn werk een eigen visie op de push- en pullfactoren en past dit toe op voortijdige schoolverlaters. Volgens Gambetta zijn jongeren ‘individuele agenten’ die zich op een bepaalde manier opstellen ten opzichte van gebeurtenissen. Problematische gebeurtenissen hebben vaak een negatief invloed op de schoolloopbaan van jongeren. Toch blijkt de helft van probleemjongeren wel op school te zitten. Deze tweedeling ontstaat door de houding die jongeren aannemen, zij kunnen een inactieve of een actieve houding aannemen. Bij de inactieve houding worden jongeren beperkt door hun omgeving, waardoor ze minder keuzemogelijkheden hebben. Dit wordt ook wel gezien als de pushfactor, omdat de jongeren door hun omgeving gedwongen worden tot bepaalde keuzes. Jongeren met een actieve houding laten zich niet belemmeren door hun problematische situatie. Dit wordt ook wel de pullfactor genoemd. Zij denken aan de toekomst en maken keuzes op basis van hun voorkeuren.

In hoeverre kunnen volgens de praktijkdeskundige cultureel kapitaal, sociaal kapitaal en push- en pull factoren voortijdig schoolverlaten beïnvloeden? Antwoord op deze probleemstelling zal in het interview met Van der Ham naar voren komen. De maatschappelijke relevantie van dit paper is het beter begrijpen van het gedrag van schoolverlaters, waardoor uiteindelijk een verbeterd schoolbeleid ingesteld kan worden. De wetenschappelijke relevantie is het beter inzicht krijgen in de sociologische theorieën.

Bibliografie:

Bourdieu, P. (1989). Opstellen over smaak, habitus en het veldbegrip. Amsterdam: Van Gennep

Calhoun, C., Gerteis, J., Moody, J., Pfaff, S., & Virk I. (2002). Contemporary Sociological ` Theory. Oxford: Blackwell Publishers 

Gambetta, D. (1996). Were they pushed or did they jump? Individual Decision Mechanisms in  Education. United States of America: Westview Press

Ravenstein, E. G. (1885). The Laws of Migration. Journal of the Statistical Society of London, 48 (2): 167-235

Rijksoverheid. (2015).  Feiten en cijfers schooluitval. Geraadpleegd op 2 januari 2016, van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aanval-op-schooluitval/inhoud/feiten-en-cijfers-schooluitval