20-80learning & Nieuwe Leerweg vmbo-TL/ mavo

20-80learning werkt zijn basisprogramma zo uit dat dit voldoet aan de eisen van de Nieuwe Leerweg, die start in 2023. 20-80learning heeft reeds 13 jaar ervaring met de (meeste) onderdelen van de Nieuwe Leerweg.
Onze deadline is juli 2022: dan willen we het 20-80learningprogramma volledig Nieuwe Leerweg-proof hebben voor u! De onderdelen zijn reeds aanwezig:


In de nieuwe leerweg volgen alle vmbo-leerlingen, ongeacht hun doorstroomwens, een praktijkgericht programma.
Het kader bestaat uit twee delen. Het eerste deel, deel A, verwoordt de uitgangspunten voor het praktijkgerichte programma. Het tweede deel, dat weer opgedeeld is in een viertal onderdelen, gaat op hoofdlijnen in op de inhoud van het praktijkgerichte programma.
De inhoudelijke eisen (examenprogramma) van het praktijkgerichte programma worden gevormd door het samenbrengen van een aantal delen, namelijk:

                                 Het praktijkgerichte programma
                                                        
=
                           Algemene praktijkgerichte vaardigheden
                                                          +
                                         Systematisch werken
                                                          +
                                                        LOB
                                                           +
Kennis- en vakvaardigheden
(vastgestelde vmbo-examenprogramma’s/[delen van] mbo programma’s)  
‘De kortste en zekerste manier om eervol in de wereld te leven is om zich voor te doen zoals men werkelijk is; alle menselijke deugden nemen toe en worden versterkt door ze in de praktijk te brengen en ze te ervaren.
Socrates – Grieks filosoof 469 v.C. – 399    

1.1 Kader deel A: Uitgangspunten voor het praktijkgerichte programma

01. Het praktijkgerichte programma draagt bij aan de voorbereiding en oriëntatie op vervolgonderwijs (mbo en havo).

02. Elke leerling in de nieuwe leerweg volgt een praktijkgericht programma.

03. Het praktijkgerichte programma wordt afgesloten in leerjaar 3 en/of 4.

04. Iedere school werkt op basis van een examenprogramma praktijkgericht programma.

05. De basis van het praktijkgerichte programma, bestaande uit algemene praktijkgerichte vaardigheden, systematisch werken en LOB, is voor alle leerlingen hetzelfde (zie B1 tot en met B3).

Het praktijkgerichte programma wordt verder ingevuld, en daardoor van realistische contexten voorzien, door bijvoorbeeld gebruik te maken van examenprogramma’s van vastgestelde (beroepsgerichte) vakken (zie deel B4 van dit kader). Het is ook mogelijk (delen van) mbo-programma’s hiervoor te gebruiken.

06. Het praktijkgerichte programma bestaat uit praktische, realistische opdrachten uit te voeren in en buiten de school. ‘Praktisch en realistisch’ betekent dat in alle gevallen er betrokkenheid is van buiten de school (bedrijfsleven, instellingen, overheden, vervolgonderwijs) bij minimaal de totstandkoming van het onderwijsprogramma en de opdrachten. Bij het werken aan het praktijkgerichte programma zijn leerlingen actief en praktisch bezig. Leerlingen ontwikkelen/ontwerpen en maken dingen en voeren taken uit. Een praktijkgericht programma is handelingsgericht beschreven. Leerlingen die onderwijs volgen op basis van een praktijkgericht programma voeren dus actief werk, werkzaamheden en praktische opdrachten uit, ze ‘doen’. V

07. Opdrachten van het prakrijkgerichte programma kunnen door scholen op verschillende manieren worden ingevuld, passend bij de regio. V

08. Binnen het aanbod van de school moeten leerlingen in het praktijkgerichte programma keuzemogelijkheden hebben tussen verschillende contexten en, binnen die contexten, opdrachten. De context waarbinnen geleerd wordt komt voort uit de beroepssectoren of de profielen.

09. De afsluiting en beoordeling van het praktijkgerichte programma is onderdeel van verdere besluitvorming.

10. De afsluiting en beoordeling van het praktijkgerichte programma is onderdeel van de zak/slaagregeling.

11. Een nieuw te ontwikkelen vak voor het praktijkgerichte programma mag inhoudelijk niet meer dan 25% overlappen met vastgestelde vmbo-vakken en voegt zodoende iets toe aan het bestaande vmbo-curriculum. Dit geldt ook bij doorontwikkeling van vastgestelde vakken.

12. Als richtinggevend uitgangspunt met betrekking tot de omvang van het praktijkgerichte programma in de nieuwe leerweg wordt uitgegaan van in totaal minimaal 320 klokuren. Opmerking: een dergelijk uitgangspunt is nodig voor bijvoorbeeld de beoordeling van vastgestelde vakken of nieuw te ontwikkelen vakken voor het praktijkgerichte programma. Bij het ontwikkelen van het onderwijsprogramma van een school, op basis van de landelijk vastgestelde inhoud van examenprogramma’s, is het uiteindelijk aan de school om te bepalen hoeveel onderwijstijd aan het praktijkgerichte programma wordt besteed.

1.2 Kader deel B: Inhoudelijke eisen waaraan het praktijkgerichte programma moet voldoen.

In dit deel van het kader wordt, op hoofdlijnen, de inhoud aangegeven van het praktijkgerichte programma. Dit deel van het kader kent de volgende vier onderdelen:

B1. Algemene praktijkgerichte vaardigheden

B2. Systematisch werken

B3. LOB

B4. Kennis en vakvaardigheden

1.2.1 B1. Algemene praktijkgerichte vaardigheden

In het praktijkgerichte programma staat de volgende set van algemene praktijkgerichte vaardigheden centraal:

Communiceren

De leerling:

– kan de Nederlandse taal in opleidings- en beroepssituaties functioneel gebruiken.

– kan zowel mondeling als schriftelijk rapporteren over het proces en product.

– kan zichzelf en het eigen werk presenteren.

(Digitale) informatievaardigheden

De leerling:

– toont onderzoeksvaardigheden.

– kan informatie zoeken, beoordelen, verwerken en gebruiken.

– kan mediawijs handelen: kritisch en bewust omgaan met (digitale) media.

– kan bewust omgaan met opslag en gebruik van gegevens door rekening te houden met privacy en digitale veiligheid.

– kan tijdens werkvoorbereiding en uitvoering van taken relevante berekeningen uitvoeren.

Zelfsturing

De leerling:

– neemt initiatief.

– kan omgaan met veranderingen, druk en tegenslagen.

– kan probleemoplossend handelen.

– kan reflecteren en werkwijze aanpassen.

Samenwerken

De leerling:

– kan samenwerking organiseren.

– overlegt bij een gezamenlijke uitvoering.

– kan omgaan met formele en informele afspraken.

– kan omgaan met verschillen op basis van culturele gebondenheid, seksualiteit en geslacht.

– kan feedback geven en ontvangen.

Werken binnen een organisatie De leerling:

– kan zich aanpassen in een bedrijfscultuur.

– kan werken volgens het bedrijfsconcept, -formule of de beroepsethiek.

– kan voldoen aan de algemene gedrags- en houdingseisen die gesteld worden aan medewerkers.

Behoeftesignalering

De leerling:

– kan een probleem signaleren.

– kan een informatiebehoefte signaleren.

– toont commerciële en klantgerichte vaardigheden.

– kan de behoeften van zijn klant of opdrachtgever achterhalen.

– toont een ondernemende houding.

Borging van kwaliteit en veiligheid

De leerling:

– kan kritisch denken.

– draagt zorg voor een goede werkuitvoering en kwaliteit van het eindproduct of de dienstverlening.

– weet hoe materialen en (technische) hulpmiddelen werken, gebruikt en onderhouden worden.

– kan hygiënisch werken.

– kan werken volgens veiligheidsvoorschriften en wet- en regelgeving.

Toekomstbestendig werken

De leerling:

– heeft kennis van technologische en innovatieve ontwikkelingen.

– kan creatief denken en handelen.

– kan sociaal, economisch en ecologisch duurzaam werken.

1.2.2    Is B2. Systematisch werken

Bij het werken aan de realistische opdrachten binnen het praktijkgerichte programma gelden de volgende doelen: De leerling: – kan op een systematische manier opdrachten van een externe opdrachtgever uitvoeren in de context van de beroepssectoren. – kan zich oriënteren op opdrachten, een ontwerp en een plan van aanpak maken (plannen), opdrachten uitvoeren, deze indien nodig bijstellen, opdrachten afronden en het eigen handelen evalueren. – kan de wensen van een externe opdrachtgever in overleg omzetten in een programma van eisen en het initiatief nemen om tijdens de uitvoering de voortgang met de opdrachtgever te bespreken.

1.2.3 B3. LOB

De leerling is in staat zijn eigen loopbaanontwikkeling vorm te geven. Hij doet dat met een oriëntatie op een toekomstige opleiding en (loop)baan door middel van reflectie op het eigen handelen en reflectie op ervaringen. Dit krijgt onder andere zijn beslag in het voeren van loopbaangesprekken met/voor de leerling. Voor LOB gelden de volgende doelen:

De leerling:

– heeft de vaardigheid de eigen loopbaan vorm te geven door op systematische wijze om te gaan met ‘loopbaancompetenties’:

a. Kwaliteitenreflectie (wat kan ik het best en hoe weet ik dat?);

b. Motievenreflectie (waar ga en sta ik voor en waarom dan?);

c. Werkexploratie (waar ben ik het meest op mijn plek en waarom daar?);

d. Loopbaansturing (hoe bereik ik mijn doel en waarom zo?);

e. Netwerken (wie kan mij helpen mijn doel te bereiken en waarom die mensen?).

– maakt zijn eigen loopbaanontwikkeling inzichtelijk voor zichzelf en voor anderen door middel van een ‘loopbaandossier’.

In een loopbaandossier is opgenomen welke activiteiten zijn uitgevoerd die hebben bijgedragen tot het ontwikkelen van de ‘loopbaancompetenties’. In het loopbaandossier wordt bij de uitgevoerde activiteiten aandacht besteed aan de volgende punten:

I. de beoogde doelen;

II. de resultaten;

III. de evaluatie en conclusie;

IV. welke vervolgactiviteiten gepland zijn op basis van de opgedane ervaringen en de daarbij behorende conclusies.

1.2.4 B4. Kennis en vakvaardigheden

Naast het basisdeel (kader deel B1 t/m B3) bestaat het praktijkgerichte programma uit specifieke kennis en vaardigheden behorende bij een (vastgesteld) vak. Door de inhoudelijke uitwerking van deze kennis en vaardigheden krijgt het praktijkgerichte programma zijn context/inhoud waarmee de hierboven beschreven basis voor leerlingen zijn betekenis en invulling krijgt. De specifieke kennis en vakvaardigheden moeten voldoen aan de volgende eisen:

o de kennis en vakvaardigheden zijn geformuleerd in eindtermen;

o de geformuleerde kennis en vakvaardigheden leveren een bijdrage aan de doorstroom naar het vervolgonderwijs (mbo en havo);

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *